Buitenlandse studenten bestaan niet

Met lede ogen hebben we moeten aanzien dat het dit jaar niet gelukt is om een kamercrisis te voorkomen. De RUG en Hanze zijn blijven groeien terwijl de bouw van studentenwoningen al jaren achter op schema ligt door de economische crisis en de verhuurdersheffing.

Volgend jaar mag dit niet weer gebeuren, wordt al jaren gesteld. En dus wordt ons haastig een opsomming voorgeschoteld van welke studentenflats er binnenkort opgeleverd zullen worden specifiek voor buitenlandse studenten. Dit laat echter zien dat er nog steeds vooral over de korte termijn wordt nagedacht. Flats waar alleen buitenlandse studenten wonen is makkelijk snel bij bouwen, maar op de lange termijn eerder een probleem dan een oplossing.

Er is namelijk geen kamertekort voor de buitenlandse student: er is een kamertekort. En dit kamertekort raakt bepaalde studenten harder dan anderen. Om in zo’n krappe markt een kamer te vinden is het handig om Nederlands te spreken en een netwerk te hebben: twee dingen waar buitenlandse studenten vaak niet in het voordeel zijn. Daarnaast kunnen buitenlandse studenten niet nog een paar maanden langer bij ouders thuis blijven wonen als een kamer uitblijft. Dit is de reden dat de eerste Nederlandse student zich nog moet melden voor noodopvang. De buitenlandse studenten belanden zo in de kamers waar Nederlandse studenten hun neus voor ophalen: kamers met tijdelijke contracten zonder huurrecht en puntensysteem om de huurprijs te berekenen. De huur ligt soms ruim honderd euro per maand hoger dan bij reguliere studentenkamers.

Maar het is niet zo dat Nederlandse studenten niets merken van het kamertekort. Ja, zij vinden makkelijker een reguliere kamer, maar ook zij ervaren veel overlast van huisjesmelkers en hoge huren. De Landelijke Studentenvakbond stelt dat 73 procent van de studenten te veel huur betaalt.

Zo hebben alle studenten in Groningen te maken met de negatieve gevolgen van een krappe kamermarkt. Toch blijven de gemeente en kennisinstellingen spreken van twee verschillende huurmarkten: een voor de ‘nationale’ en een voor de ‘internationale’ student. Internationale studenten zouden onberekenbaar zijn: soms blijven ze voor één week, soms voor vier jaar. Dit is problematisch want meestal staat er niet direct een andere buitenlandse student klaar om de kamer over te nemen.

Dit soort hokjesdenken is de kern van een belangrijk probleem. Buitenlandse en Nederlandse studenten brengen hun tijd in Groningen grotendeels gescheiden door. Dat is zonde. Het is een directe bedreiging voor alles wat internationalisering interessant maakt: leren van elkaar en het verbreden van je horizon. Segregatie moet dus hard bestreden worden. Wij vragen ons daarom af waarom een kamer van een buitenlandse student alleen overgenomen kan worden door een andere buitenlandse student? Waarom zou een buitenlandse student niet in een huis met gedeelde voorzieningen kunnen wonen, zoals de meeste Nederlandse studenten? Een student die nog geen netwerk heeft en nog geen Nederlands spreekt heeft niet per se andere woonbehoeften dan Nederlandse studenten. Zij staat alleen vaak achter in de rij wanneer het gaat om in deze behoefte te voorzien.

Het enige relevante onderscheid dat gemaakt kan worden is dat tussen reguliere studenten en uitwisselingsstudenten. Deze laatste groep - slechts een zesde van het totaal aantal buitenlandse studenten in Groningen - verblijft hier slechts een half jaar en heeft dus geen behoefte om veel geld uit te geven aan een bed, bank en kast. Voor deze groep is tijdelijke en gemeubileerde huisvesting een oplossing. Helaas leven er, als gevolg van de krapte, veel reguliere niet-Nederlandse studenten in dit soort woningen: met hoge huren, zonder huurrecht en zonder Nederlandse huisgenoten.

De gemeente zou voor buitenlandse studenten geen extra grenzen moeten opwerpen door te spreken over twee verschillende huurmarkten. Zij moet zaken die buitenlandse studenten belemmeren om mee te doen op de huurmarkt, zoals discriminatie en informatieachterstand, juist bestrijden. Op de lange termijn moeten we toe naar een ongedeelde huurmarkt waar buitenlandse studenten gelijk behandeld worden als Nederlandse studenten en evenveel kans hebben op een kamer.