Als gevolg van de recessie vallen ook de gemeentelijke inkomsten uit parkeergarages flink tegen. Het Parkeerbedrijf, waarin de uitgaven en inkomsten van de gemeente voor auto- en fietsparkeren zijn ondergebracht, is in financieel zwaar weer terechtgekomen. Om de problemen het hoofd te bieden zal de gemeente ervoor moeten zorgen dat de garages beter gebruikt worden. Voor GroenLinks in het bijzonder een vervelende opgave: wij willen niet het autogebruik en -parkeren stimuleren, maar juist doorgaan op de lijn van bevordering van het fietsgebruik, het openbaar vervoer en P&R. Niets doen betekent echter een probleem van miljoenen euro’s.
GroenLinks wil het parkeren in parkeergarages aantrekkelijker maken door parkeerplaatsen op straat te verminderen en parkeertarieven op straat te verhogen. We willen immers ook ‘blik van straat’: auto’s liever in ondergrondse parkeergarages dan in het straatbeeld. Dan is het raar dat het in de schilwijken aantrekkelijker is om op straat te parkeren dan in de parkeergarages, zeker nu de parkeergarages zulke grote tekorten vertonen. De raad nam in maart dan ook een motie van onder andere PvdA en GroenLinks aan om deze praktijk te veranderen.
Lagere parkeertarieven in parkeergarages zijn niet de oplossing. De tarieven in de gemeentelijke parkeergarages zijn al lager dan in commerciële garages en ook lager dan in een aantal andere grote steden. Onderzoeken van Sellsius en van het Kennisplatform Verkeer en Vervoer gaven bovendien onlangs aan dat het effect van parkeertarieven op het bezoek aan binnensteden wordt overschat.
Bezuinigingen zijn wel noodzakelijk, net als het stellen van prioriteiten in het gemeentelijk verkeersbeleid. GroenLinks blijft daarbij fietsvoorzieningen en P&R-voorzieningen hoge prioriteit geven. Gelukkig volgt het college diezelfde koers. Niettemin kunnen we niet meer al onze ambities uitvoeren; zo is voor de aanleg van P&R Driebond voorlopig niet genoeg geld.